Uitspraak van de rechter:

De rechter (het hof in deze situatie) concludeert dat het bepalen van de hoofdverblijfplaats van één kind bij de vader met name is ingegeven door financiële en fiscale motieven. Het hof is van oordeel dat een fiscale constructie niet de basis kan vormen voor de bepaling van de hoofdverblijfplaats van één kind bij de vader. Verder is niet gebleken dat er zwaarwegende redenen zijn om de hoofdverblijfplaats van één kind bij de vader te bepalen en de kinderen niet gezamenlijk te laten opgroeien.

Op grond daarvan is het hof van oordeel dat een gezamenlijke hoofdverblijfplaats bij ofwel de moeder ofwel de vader het meest in het belang van de kinderen is. Nu de vader niet heeft verzocht de hoofdverblijfplaats van alle drie de kinderen bij hem te bepalen, zal het hof het verzoek van de moeder toewijzen en de hoofdverblijfplaats van alle kinderen bij de moeder bepalen.